• Wendy Luyks

Proost, op het kleine geluk

Bijgewerkt op: 2 dagen geleden

Donderdagavond. Een gezellige avond op een terras in ’t zonneke, mijn twee vriendinnen en ik. Twee topmadammen. De ene recht voor de raap, de ander net iets voorzichtiger. En die eerste was weer goed op dreef. “Ben jij eigenlijk wel gelukkig, Wen?”, viel ze met de deur in huis, “Met alles wat jij nu doormaakt, kan je toch niet beweren dat je gelukkig bent?” Ik verslikte me bijna in m’n cava.


Het was donderdagavond. Manlief bleef bij de kinderen en ik had mijn wekelijkse cavadate met twee goede vriendinnen. Op zo’n avonden vloeit de cava meestal rijkelijk, vandaar dat we onze babbelavondjes lang geleden tot ‘cavadates’ hebben gedoopt. We lachen en klagen, af en toe vloeit er een traan en gesprekken worden diepgaander naarmate de avond verstrijkt.


Na een week met littekenpijn waarbij ik pijnstillers slikte als snoepjes, was ik blij dat het weer donderdagavond was. De zon scheen nog toen we samenkwamen en we nestelden ons buiten in de tuinstoelen. De hapjes werden erbij gehaald, de cavafles werd opengetrokken en de glazen gevuld. We toostten op het ontslag van de ene vriendin (wat voor haar iets positiefs was), de nieuwe carrièrekansen van de andere en mijn laatste lesdag van dit schooljaar. Instant happiness.


Ik vertelde over de highs van de voorbije week. De nieuwe trucjes die we de pup hadden aangeleerd en haar zotte puppystreken, irritant en lachwekkend tegelijk. Het nieuwe bouwprojectje waar mijn man en de kinderen zo geconcentreerd aan werkten. De grappige memes van een vriendin die wat lichtheid brachten. De schoolopdracht die ik tot een goed einde bracht, ook al was ik liever met mijn pijn in bed blijven liggen. Mijn lieve collega's die me mee op teambuilding namen.


Terwijl mijn vriendin de glazen nog eens vulde, kwam ik aan de lows. De opstart van mijn zorgverlof dat niet zonder slag of stoot verloopt en waar ik me toch wat zorgen om maak. Mijn talent om van simpele dingen iets heel complex te maken, waardoor ik me in een existentiële crisis denk. De angstproblematiek van zoonlief, dat heel ons gezin in zijn greep heeft en zorgt voor slapeloze nachten. De verwijten en de oordelen, die me het gevoel geven dat ik faal als moeder. Hoe verdomd moeilijk het allemaal is.


En toen kwam de vraag waardoor ik me bijna verslikte in mijn cava. “Met alles wat jij nu doormaakt, kan je toch niet beweren dat je gelukkig bent?” Wat kon ik antwoorden? Ik vind dagelijks wél mijn geluksmomentjes. Kleine momentjes waaraan ik me in deze crisis optrek. Al voelt dat soms ook enorm naïef...


Zo zag ik vorige week, bij het buitengaan van de dokter, een mooie klaproos. Net op het moment dat ik de foto nam, kwam er een bijtje tanken. Dat was een geluksmomentje. Tegelijk voelde ik me als een bedrieger: want hoe kon ik daar mee lachen, terwijl de dokter een paar minuten eerder het ziekteattest van zoonlief nog maar eens had verlengd (de vijfde maand ondertussen).


“Jij bent altijd zoekende naar het ultieme geluk. Dat is ook wat je met Vlamdragers doet”, beweerde diezelfde doodeerlijke vriendin. Ik ben inderdaad altijd zoekende, maar ook steevast overtuigd dat geluk mij soms opzoekt. Ik zoek ook niet naar hét geluk. Ik weet zelfs niet of dat wel echt bestaat, alsof het een pot goud is aan het einde van een regenboog.

Even zwegen we alle drie. Terwijl mijn vriendin een nieuwe fles cava ontkurkte, vroeg ik me hardop af of ik nu gelukkig ben. Kan dat überhaupt, als je geconfronteerd wordt met zoveel uitdagingen? Ik som wel vrolijk mijn geluksmomentjes op, maar is dat een teken van naïviteit, een soort vluchtoord, weg van het negatieve, of zijn dat gewoon écht kleine gelukskes?


Als geen ander besef ik dat het leven geen aaneenschakeling is van gelukkige momenten en dat het ook flink kan tegenzitten. Ik hoop nog altijd dat ik ’s morgens wakker word en dat de voorbije maanden gewoon een nachtmerrie waren…


De zon ging zachtjes onder en de dekentjes werden erbij gehaald. Cavaglazen werden vervangen door koffiebekers en we filosofeerden verder. Ik dacht na over levenskwetsuren die een mens kan oplopen en hoe je daardoor in overlevingsgedrag vervalt. Waardoor je niet meer durft vertrouwen en hopen. Maar ook hoe je deze kwetsuren allemaal doorstaat.


Ze zeggen wel eens “It takes a village to raise a child” en dat klopt. De voorbije maanden zouden zoveel zwaarder geweest zijn zonder onze familie en vrienden. Ik ben ontzettend dankbaar voor de stevige, warme tribe rond mij, met mensen bij wie ik me veilig en gesteund voel, en die stuk voor stuk onvervangbaar zijn.


Toen de koude door onze dekentjes kwam, zeiden we tegen elkaar: “Misschien is er niet zoiets als hét geluk. En zit het niet in de grote dingen, maar in de kleine.” En bij het naar huis gaan, gaven we elkaar een dikke knuffel.


Liefs, Wendy x


P.S. Een échte aanrader is het boek Veerkracht van neuropsycholoog Rick Hanson. Hierin vertelt hij hoe we onszelf veerkrachtiger kunnen maken door onze innerlijke krachten te versterken.

110 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven