• Wendy Luyks

Samen onderweg

Bijgewerkt op: sep 3




We zitten samen in de auto, allebei in onze nog vuile kleren. Ik voel de adrenaline door mijn lijf gieren en ik vloek om een wegomleiding die mijn gps niet aangaf. Want ik vind dat die gps-mevrouw alwetend moet zijn, terwijl ze me nu in rondjes laat rijden. Zij haalt haar schouders op en trekt een blik zoals alleen zij dat kan terwijl ze lacht om mijn commentaren. “Jij hebt écht geen geduld hé!”.


Ik kijk haar aan en mijn hart loopt over van liefde. Ik grinnik mee en zeg dat dit inderdaad niet mijn sterkste kant is. “Kant?! Dat is zelfs geen kant!”. Haar opmerkingen zijn hilarisch, maar zo waar; ik heb inderdaad echt geen geduld. Nooit gehad. Ik ben altijd onderweg naar iets dat er misschien niet is. En zij, ook is ze één en al pit, is nu de rustigheid zelve.


Op haar schoot heeft ze een mandje met een vogeltje erin. Een kwartiertje eerder had ze het mandje bedekt met zachte doekjes en het diertje er voorzichtig in gelegd. Terwijl ze nu met zachte aanrakingen de mus streelt, zegt ze “rustig maar mama, ze ademt nog.” We rijden verder. Mijn hartslag daalt als de gps-mevrouw haar weg terug vindt. Echt, één job heeft die. Nog 30 minuten.


Terwijl de klok tikt en ik probeer niet sneller te rijden dan officieel mag, zet ze haar eigen muziek op, “want dat is tenminste echte muziek!”. We zingen mee met ‘Let it go’, een nummer dat ondanks alle nieuwe hits in haar lijst blijft staan. Ik vertel hoe mooi ik dit liedje vind en dat het ook in mijn Spotify-lijst staat. Ik zie haar fronsen. “Ik ben ook als Elza”, zegt ze even later. “Ik ook”, reageer ik.


Mijn dochter, die op haar elf veel sterker in haar schoenen staat dan ik op die leeftijd. Die kort haar heeft en resoluut weigert om iets anders dan korte broeken te dragen. Die bruist van karakter. Als schoolkinderen haar uitlachen omdat ze eruit ziet als een jongen, spuwen haar ogen vuur en haalt ze uit: “Ik mag zijn wie ik ben en het maakt niet uit wat jullie denken!”. Mijn vurige dochter, die weet wat ze wil en altijd zegt wat ze denkt.


We rijden door, van dorp naar dorp. Ik rijd nog steeds een ietsiepietsie te snel. Dochterlief lacht nog steeds met mijn commentaren op de te trage chauffeurs die blijkbaar nergens dringend moeten zijn. Wij wel; wij hebben een vogeltje te redden. We praten over de vakantie die halfweg is; over tijd die voorbij vliegt alsof het niks is. Ze zegt dat ze het fijn vindt, alleen met mij in de auto. “Jij bent altijd zo druk bezig en nu ben je alleen hier, met mij. Ik voel me blij.”


Ik slik. Ik denk aan die extra job die ik er als vrijwilliger nog bij wil nemen. Het is een beetje een droom, nodig voor mijn opleiding en het valt misschien nog nét in te plannen in mijn nu al drukke agenda. Terwijl ik dit hardop zeg, zie ik haar gezicht betrekken. “Wanneer ben je dan nog thuis, bij ons?” Ik val stil.


Dat ik altijd onderweg ben, jonglerend met al mijn bezigheden die me zoveel energie geven. Ik vergeet het soms, hoe het is om gewoon mama te zijn. Dat ik trots ben op haar, omdat ze durft zeggen wat ze nodig heeft. En nu zie ik haar naast mij in de auto zitten, zoekend naar woorden. Zo groot al, maar tegelijk nog klein. Worstelend om haar gevoel onder woorden te brengen.


En ik wil nergens anders zijn dan hier, bij haar. Waar ik nodig ben. De gps-mevrouw zegt dat we aangekomen zijn. Ik voel het; ik ben ook aangekomen.


78 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven