• Wendy Luyks

Dymfna (over)leeft met een angststoornis

Klamme handen, een knoop in je maag,…Iedereen heeft wel eens last van angst. Maar wat als angst niet meer weggaat? Tien procent van de Belgen leeft met een angststoornis. De 30-jarige Dymfna Blockx is één van hen. Zes jaar geleden kreeg ze ook de diagnose borderline. Als angst je leven overneemt, voelt het alsof je niks meer hebt om voor te leven. Dat was ook zo voor Dymfna, maar dankzij haar werk met de paarden kreeg ze weer hoop. Dat is meteen ook dé boodschap die ze wil meegeven in haar boek: hoop doet leven. Het verhaal van een spokenjaagster.


Is dat voor jou zo, hoop doet leven?


“Ja absoluut. Leven gebeurt bij mij met vallen en opstaan. Af en toe heb ik schrik dat ik niet meer recht geraak. Angst is zo verlammend dat ik er soms geen blijf mee weet, maar ik blijf altijd hopen. Dat sprankeltje hoop dat er nog is, maakt dat ik mijn dagen doorkom.


Een plek dat mij hoop geeft, is Wildlife Paddock. Dit is een paardenproject in Malle waar paarden op een natuurlijke manier verzorgd en getraind worden. Twee jaar geleden heb ik hier de hele zomer paardenkampen mee gedaan, met jongeren en met volwassenen. Aan het begin van de zomer had ik veel sociale angsten; ik durfde zelfs met niemand praten. Ik was bang van grote groepen en niemand mocht bij mij in de buurt komen. Twee maanden later voelde ik me hier zo op mijn gemak, dat ik les gaf aan twintig klanten tegelijk.


Deze plek heeft mijn leven gered. Dat klinkt heel groots, maar zo voelt het echt voor mij. Dankzij de paarden heb ik geleerd om met mijn ziekte om te gaan en dit heeft mij hoop gegeven om te leven. Ik heb borderline, een dissociatie identiteitsstoornis, ADHD en een chronische angststoornis.


Er is geen remedie. Ik moet hier mee leren leven en dat lukt de ene dag al beter dan de andere. Voor velen ben ik een hopeloos geval, maar ik probeer elke dag opnieuw weer te vechten voor mijn toekomst.”


Vind je het moeilijk om vandaag jouw verhaal te vertellen?


“Ik ga niet alles kunnen vertellen. Mijn jeugd is zo zwaar geweest, aan sommige gebeurtenissen kan ik geen woorden geven. Ik heb dit op papier wel gedaan, maar zelfs in mijn boek ben ik niet in detail kunnen gaan.


Ik wil wel vertellen hoe het voor mij is, om te leven met deze ziekte. Ik hoop dat mensen kracht uit mijn verhaal kunnen putten. Hoe slecht je jeugd ook was, wat je ook hebt meegemaakt, je kan steeds opnieuw beginnen. Je kan nog steeds mooie momenten meemaken, zolang je zelf de hoop niet verliest.”


"Ik heb soms nog momenten dat ik denk: ‘was ik er maar niet meer’. Mijn borderline, de angsten, het dissociëren… Het is bijna ondraaglijk om hiermee te leven."

Zijn er momenten geweest waarop jij de hoop verloor?


“Ik heb negen keer geprobeerd om zelfmoord te plegen. Dat was geen schreeuw om hulp; ik zag op die momenten echt geen uitweg meer. Ik wilde écht dood. Ik geloofde dat het leven voor iedereen beter was als ik er niet meer zou zijn. En ikzelf? Ik was gewoon het vechten moe.


Achteraf gezien ben ik blij dat het nooit gelukt is, voor mijn zoontje. Maar voor mezelf…ik heb soms nog momenten dat ik denk: ‘was ik er maar niet meer’. Mijn borderline, de angsten, het dissociëren… Het is bijna ondraaglijk om hiermee te leven. Ik ben stabiel en onstabiel tegelijk, ik krijg aanvallen waar ik geen controle over heb, mijn gedachten worden zo donker en ze gaan dan alle kanten op,…Het is verschrikkelijk.


Ik ben negen keer opgenomen in de psychiatrie, omdat ik niet met mijn ziekte om kon. Ik heb momenten gehad waarop ik geen lichtpuntjes zag. Het leven voelt dan ongelooflijk zwaar; alsof ik er helemaal alleen door moet. Alsof niets of niemand mij kan helpen. Ik voel me heel alleen op die momenten.”


Hoe kijk je terug op die psychiatrische opnames?


“Mijn eerste keer, een gedwongen opname, was in 2017. Ik was toen nog getrouwd en ik was enorm afhankelijk van mijn toenmalige partner. Ik had hem voor alles nodig. Het feit dat hij mij daar alleen achterliet, was voor mij al genoeg om angstaanvallen te krijgen.


Ik leefde constant in angst en had de ene paniekaanval na de andere. De dokters reageerden hierop door mij in de isolatiecel te steken. En geloof me: dat wil niemand meemaken. Mijn laatste opname was eind 2019.


Mijn opnames vond ik verschrikkelijk. Er werd vastgesteld dat ik borderline had, tijdens mijn zevende opname in 2018. Ja, oké, en dan? Ze staken me vol met medicatie. Op den duur leefde ik op vijftien pillen per dag. Ik werd daar een zombie van, maar ik moest ze nemen.

Ik kreeg een dagschema aangeboden, maar dat was soms maar 2 uur therapie op een dag. De overige uren loop je daar gewoon rond. Je wordt door veertien mensen in de gaten gehouden en het enige wat je kan doen is sigaretten roken tegen de verveling."


"Na elke crisis vloog ik in een isoleercel: een klein kamertje met enkel een bed, zonder klok. Ik werd meermaals vastgebonden. Veel hulp was er niet."


Had je het gevoel dat je niet geholpen werd?


“Ja. Ik voelde me heel onbegrepen ook. Ik werd direct in een vakje gestoken: ‘dit is een borderliner waar we niets mee kunnen aanvangen’. Na elke crisis vloog ik in de isolatiecel en werd ik platgespoten met medicatie. Dat was het dan. Veel hulp was er niet.


Een isoleercel is echt erg. Stel je een kleine, witte kamer voor waar alleen maar een bed staat. Dat is het dan. Er hangt geen klok, er zijn dubbele deuren waar je niet uitgeraakt, met een klein raampje met tralies. Je mag geen kleren aandoen, enkel je ondergoed. Als je naar toilet wil gaan, moet je bellen en maar hopen dat ze je niet te lang laten wachten. Ik ben twee keer vastgebonden geweest.


Het is gewoon mensonwaardig. Ik werd er ingesmeten alsof ik een crimineel was. Als ik een angstaanval kreeg , werd ik door zes dokters neergeduwd. Door mijn opnames heb ik nog extra trauma’s bij gekregen. Een opname zou eigenlijk helpend moeten zijn, maar dat is bij mij zeker niet het geval geweest.


Tot op de dag van vandaag is er geen remedie of therapie dat borderline kan verbeteren. Ik voel me soms aan mijn lot overgelaten. Dat brengt op zijn beurt weer heel wat angsten met zich mee.”


"Borderline is een hechtingsstoornis en een rechtstreeks gevolg van kindermishandeling. Als ik een normale jeugd had gehad, dan had ik nu niet zo’n problemen gehad. Maar ik verwijt mijn ouders niets meer."

Jij hebt een chronische angststoornis. Hoe voelen zo’n aanvallen?


“Ik voel ze nooit aankomen. Het is een gevoel dat je overkomt, iets dat als een steen op je maag ligt en je krijgt die steen met niks weg. Mijn gedachten worden heel donker, maar ik kan er niks aan doen dus ik voel me heel machteloos. Dan beginnen de zelfmoordgedachten te komen. ‘Ik wil dit niet meer’, ‘het is genoeg geweest’,…


Meestal is angst een overlevingsmechanisme. Je reageert op pijn of gevaar. Voor mij moet er geen écht gevaar zijn om een angstaanval te krijgen. Angst is er altijd en het is heel moeilijk om ermee te leven, omdat ik nooit weet wanneer het spook zich weer laat zien.


Ik ben soms bang voor de angst zelf; schrik voor het moment waarop het mijn leven weer lamlegt. Dat houdt me ook tegen om voluit te leven. Als het me weer overvalt, probeer ik te denken: ‘dit is een slechte periode, het gaat over’, en ik probeer er door te geraken met alle mogelijke middelen die ik ken.


In mijn geval is er veel terug te brengen tot mijn jeugd. Ik was een huilbaby. Mijn ouders brachten mij soms naar het ziekenhuis, omdat ze mij anders letterlijk van de trap wilden gooien. Ik heb dikwijls moeten aanhoren ‘als we dit op voorhand hadden geweten…’. Dan had ik hier nooit geweest.


Ik werd mishandeld en misbruikt als kind. Ik leerde al heel vroeg dat ik geen mensen kon vertrouwen, zelfs niet mijn eigen familie. Mijn jeugd was onstabiel, met een bipolaire moeder, een afwezige vader en een hele resem stiefvaders voor wie ik niet bestond.


Zij wisselden elkaar in een sneltreintempo af. Dat betekende constant verhuizen, nieuwe scholen,…Je kan je niet voorstellen hoeveel mensen ik in mijn leven heb zien komen en even snel ook weer heb zien gaan. Als kind was ik enorm veel alleen en dat heeft mij echt wel getekend.”


Is het moeilijk voor jou om je ouders niets kwalijk te nemen?


“Borderline is een hechtingsstoornis en een rechtstreeks gevolg van kindermishandeling. Als ik een normale jeugd had gehad, dan had ik nu niet zo’n problemen gehad. Maar kwaad zijn, ik heb dat opgegeven. Met woede kan ik niks. Mijn ouders zijn er wel voor mij, maar alleen als ze gezond zijn.


Het heeft lang geduurd voor ik die klik kon maken. Ouders worden geacht er altijd voor je te zijn, maar ik heb die warmte en die hechtheid nooit gevoeld. Ik kan alleen maar proberen een goede toekomst te creëren en dat probeer ik zo stabiel mogelijk te doen.”


Jouw laatste opname dateert van eind 2019. Hoe lukt het leven met je ziekte nu?


“Ik heb verschillende therapieën gehad, waarin ik tools krijg om met borderline en angst te leven. Ik doe aan traumaverwerking, samen met mijn psycholoog. Dat is hard werken. Als ik trauma’s wil oproepen, dan dissocieer ik en bevries ik helemaal. Dat is het hopeloze eraan.


Iedereen dissocieert wel eens. Ken je het gevoel dat je thuis in je auto stapt en je rijdt naar een bepaalde bestemming? Bij aankomst kan je je niet herinneren hoe je van punt A tot punt B gekomen bent. Wanneer ik dissocieer, raak ik in shock. Een herinnering oproepen aan mijn trauma, mishandeling, voelt alsof ik er terug middenin zit.


Op welke manier dissociatie wordt uitgelokt, is bij iedereen anders. Ik kan al getriggerd worden door een geur of muziek. Te lang alleen zijn is ook een trigger, net zoals aangeraakt worden door vreemden.


Maar het leven begint te lukken. Ik heb twee jaar geleden de keuze gemaakt om mijn relatie stop te zetten. Dat was een heel moeilijke beslissing, want ik kon absoluut niet alleen zijn. Ik wist op voorhand dat ik met veel angsten zou moeten leven.


Maar ik voelde ook dat dit de beste beslissing voor mij was, dus ik beet door. Ik heb een jaar in angst geleefd en ik liep ook weg van de paarden. Ik moest opnieuw zoeken naar een routine. Nu na twee jaar begint dit een beetje te lukken, met de nodige ups-and-downs. Maar ik blijf vechten voor mijn dromen.”


Waar droom je allemaal van?


“Ik denk dat een leven zonder borderline, zonder angst, een droom is. Het zou vrijheid voor mij betekenen. Ik zou kunnen doen wat ik wil, mijn dromen kunnen verwezenlijken zonder schrik te hebben voor een aanval.


Ik heb soms het gevoel dat ik gestraft word voor iets waar ik zelf niets aan kan doen. Ik kan niet functioneren in de maatschappij, want ik mag niet gaan werken wegens mijn zware medicatie.”


Ondertussen probeer je wel heel hard je leven terug op plooi te krijgen. Hoe helpen de paarden jou daarbij?


“Paarden betekenen voor mij veiligheid en geborgenheid. Nu ik de paardentaal ook heb geleerd, voel ik me nog meer verbonden. Paarden willen duidelijkheid, ik ook. Ik denk heel zwart-wit en bij paarden is dit net zo.


Ik sla compleet tilt als iets grijs is. Een paard spiegelt je gedrag. Als je niet duidelijk genoeg bent, zal je paard niks doen. Ik denk dat ik daarom zo’n goede klik met de paarden heb. De paddock is ook een plek waar iedereen gewoon zichzelf mag zijn. We delen allemaal dezelfde passie en ondertussen zijn we een hechte groep geworden.


Dat helpt mij ook enorm. Als ik een mindere dag heb, hoef ik niks uit te leggen. Ik mag hier gewoon zijn. De paarden helpen mij om mijn gedachten terug positiever te maken. Het probleem is alleen dat, als ik een aanval heb, ik niet in mijn auto geraak om tot hier te geraken.”


"Als ik een mindere dag heb, hoef ik niks uit te leggen. Ik mag hier gewoon zijn. De paarden helpen mij om mijn gedachten terug positiever te maken."


Je volgt ook een opleiding om les te kunnen geven. Hoe blij word je daarvan?


“Heel blij! Het geeft me het gevoel dat ik mijn leven onder controle heb; dat ik er terug vat op heb. Ik weet waar ik naartoe wil nu. Ik volgde een cursus lifecoach en nu ben ik bezig met een opleiding praktische psychologie en paardentrainer.


Ik geef nu paardrijles en dat geeft me heel veel voldoening. Ik vind het zo fijn om mensen te leren hoe ze in hun innerlijk leiderschap kunnen gaan staan. Want eens ze dat kunnen, doen de paarden alles. Hierdoor ontdekken ze ook hun eigen kracht weer. Het is meer dan paardrijles, want zodra mijn klanten hun innerlijke kracht voelen, nemen ze dat mee in hun gewone leven. Dat is heel belangrijk.


Wat ik zo mooi vind, is om te zien hoe een evolutie die mensen doormaken. Geef hen vijf lessen en ze stralen. Ik geef hen hoop en dat maakt ook mij blij, gewoon door simpel paardrijles te geven.”


"Ik heb meermaals gedacht dat ik het niet zou halen, maar als ik even achterom kijk, dan zie ik wel wat ik al bereikt heb. En dan voel ik me trots."

Wat zijn voor jou kleine geluksmomentjes?


“Dit kan misschien heel stom klinken…Ik kreeg van mijn psycholoog de opdracht om elke dag drie dingen te doen. Het maakt niet uit wat: stofzuigen, douchen, mijn bed opdekken,… Als ik drie dingen kan doen, dan heb ik een goede dag. Als mij dit dan ook lukt, dan voel ik mij overgelukkig. Ook de momenten dat ik bij de paarden ben, zijn echte wauw-momenten.”


Het is wel enorm mooi om te zien dat je niet bij de pakken blijft zitten…


“Ik ben ook wel enorm fier op mijn traject. Ik leef ermee, maar ik wil ook vooruit. Als alleenstaande mama ben ik dat ook verplicht aan mijn zoontje. Ik droom ervan om als paardencoach aan het werk te kunnen, maar ik moet hier toestemming voor krijgen en dat is momenteel nog niet aan de orde.


Ik volg nu een re-integratietraject van anderhalf jaar, in de hoop daarna op de arbeidsmarkt terecht te kunnen. Mijn psychiater heeft er op gehamerd dat het deze keer niet mag mislukken. Het voelt voor mij als een laatste strohalm. Ik heb enorm veel schrik om te falen. Tegelijk wil ik deze kans ook met beide handen grijpen.”


Als je een advies zou kunnen geven aan anderen in jouw situatie, wat zou dat dan zijn?


“Ik zou vooral zeggen dat ze moeten blijven hopen, want hoop doet leven. Zoek dingen die je hoop geven om verder te gaan. Het grootste woord is gewoon volhouden. En erop vertrouwen dat het ooit beter zal gaan.


Ik heb al heel veel diepe dalen gekend, maar telkens slaagde ik erin om uit de put te kruipen. Ik heb meermaals gedacht dat ik het niet zou halen, maar als ik even achterom kijk, zie ik wel wat ik al bereikt heb. Hoe ik er gewoon telkens weer sta. En ik ben van plan nog veel meer doelen te bereiken. Als ik dat kan, dan kunnen anderen dat ook!”


Dymfna schreef haar levensloop uit in een boek. “Hoop doet leven” is te koop via Dymfna zelf of via deze link.




88 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven